Gredos
10 september 2024 - Sierra de Gredos, Spanje
Als we uit Zaragoza vertrekken, weten we nog niet precies waarheen. Eigenlijk willen we boven Madrid langs rijden en dan tussen die stad en de Portugese grens door naar beneden.
Dorine heeft in die omstreken op internet een camping ontdekt in een nationaal park, en gemaild met de vraag of daar plaats voor ons is. Maar daar is geen antwoord op gekomen. Dus moeten we toch maar even bellen om te voorkomen dat we een heel stuk voor niks rijden.
Dat helpt. En ja, ze hadden onze mail wel gezien maar nog geen tijd gevonden om terug te mailen. Maar we zijn in ieder geval welkom. Dus daar kiezen we dan maar voor.
Onderweg is het een kaal en leeg landschap. Onwillekeurig bekruipt me het gevoel dat je hier nog heel veel Almere's zou kunnen bouwen en bemensen met vluchtelingen en migranten. Ruimte genoeg. En dan zouden ze hun eigen capaciteiten kunnen inschakelen om hier een menswaardig bestaan op te kunnen bouwen. Zal wel een kwestie van geld zijn waarom dat niet gebeurt.
Plotseling komen we een vreemde boog tegen die over de weg is gebouwd.
Kennelijk geen brug want er zijn geen treden om er op te kunnen lopen. Bovendien zou het een brug zijn van niets naar niets, want er zijn aan weerszijden geen dorpjes of zelfs maar huizen. Vreemd. Daar moeten we het onze van hebben. En bij het eerstvolgende pompstation doen we navraag. Dan blijkt het een symbolische weergave te zijn van de meridiaan die daar Spanje middendoor deelt in twee verschillende tijdzones.
Het grootste gedeelte van Spanje - zeg maar aan de Portugese zijde - valt onder de Engelse tijd. En eigenlijk alleen zo'n beetje Catalonië (met Barcelona) valt onder de Europese tijdzone. Althans, zo zou het moeten zijn. Maar zo is het niet. In de Tweede Wereldoorlog is heel Spanje door Franco aangesloten bij de tijdszone van Hitler-Duitsland. En dat is nooit meer teruggedraaid. Er is al zeven jaar een officiële commissie aan het werk om de mogelijkheden tot teruggang naar de oorspronkelijke situatie te onderzoeken, maar niemand schijnt zijn vingers te durven branden aan dit onderwerp.
Na een aantal uren doorgereden te hebben, komen we zowaar aan bij het nationale park, Gredos genaamd. Ik had er nog nooit van gehoord. Op het eerste gezicht niet zo spectaculair.
Maar Dorine voelt zich er meteen helemaal senang. Frisse lucht, dennengeur, ruige rotsen, ruimte ..... We hebben er dan ook heerlijke wandelingen gemaakt. Wel ben ik een beetje bezorgd over Dorine want die lijkt hier alleen maar in te ademen.
De camping waar we uiteindelijk aankomen, past hier dan ook helemaal in. Plenty ruimte, en een heel rustige en ontspannen sfeer. We hebben al gauw een ruime plek voor onze tent te pakken.
Er zijn hier allerlei roodborstjes die zich constant willen ophouden aan onze voeten, onder onze stoelen en zelfs uitgebreid in onze tent. Het moet al niet gekker worden.
De camping wordt gerund door twee meiden, Elly en Nelly. Je zou vanwege hun namen verwachten dat ze Nederlandsen zijn, maar dat blijkt een misvatting. Elly is Engels, en Nelly heeft Argentijnse ouders maar is zelf Spaans. Beiden stevige vrouwen, maar heel relaxed. Ze laten zich nergens door gek maken. Nelly is single, Elly is getrouwd met een aardige Spanjaard die meehelpt in de bar en duidelijk niet de broek aan heeft.
Wel heeft deze camping een onverwachte surprise in de aanbieding. We zitten hier op 1500 meter hoogte. En dat betekent dat we hier in een soort bergklimaat zitten. Zolang de zon schijnt, is het hier meer dan 25 graden. Maar zo gauw de zon onder de horizon zakt, wordt het heel snel heel koud. Het dak van de auto en de dauwdruppels op de grond waren smorgens bevroren. En zelfs in onze limonadeflessen in de tent zaten ijsklonten. Daar zijn we natuurlijk niet echt op voorbereid. Maar vanwege onze reiservaring weten we dat we - waar we ook naar toe gaan, ook al is het naar de tropen - we altijd iets bij ons moeten gebben waardoor we warm blijven. En dat hebben we nu dus ook. En het goede nieuws is dat we er in de slaaptent niks van gemerkt hebben en prima hebben geslapen.
Waar we zitten? Ik heb geen idee. Op een lekkere plek in ieder geval, waar je heerlijk tot rust kan komen. Er is geen enkel stadje in de buurt, hooguit wat dorpjes en gehuchten. We zitten hier 70 km van Madrid, Toledo, Salamanca en de Portugese grens. Daar moet ik het mee doen.
Het gehucht hier heet Navarredonda. Natuurlijk moeten we boodschappen doen. En in dit nietige vlekje op de landkaart schijnt volgens zeggen een al even nietig supermarktje te moeten zijn. Maar op de aangegeven plaats ontdekken we niets. Bij het tankstation - dat is er wel - krijgen we te horen dat deze winkel er wel was, maar niet meer is. En op een andere plek in het dorp is er wèl een, maar die is nu een paar weken gesloten want de eigenaar is op vakantie. Nou, leuk dan. En hoe komen we nu aan onze boodschappen? Eh ... ja ... eh ... problemas problemas. Ja, dat geloven we wel.
Gelukkig blijkt onze camping zo effectief ingericht met bar en restaurant dat we daar ook zonder boodschappen wel uit de voeten kunnen. Zo eten we nu elke ochtend als ontbijt "pan con tomate".
Dat zijn twee getoaste stukjes stokbrood, besprenkeld met olijfolie, bezaaid met enig knoflook, opgehoogd met tomatenpulp en naar behoefte wat zout. Ik geef toe, niet iets waar je gemakkelijk opkomt als je aan ontbijt denkt, maar hier in Spanje uitermate populair en ik vind het inmiddels razend lekker.
En verder is er 7 km verder langs de weg een Parador. Hmm, dat moet natuurlijk onderzocht d.m.v. een lunch.
We krijgen een senior-gerant aan tafel die ons met een professioneel uitgestreken gezicht vraagt wat wij willen gaan nuttigen. Op Dorine d'r vraag of het de bedoeling is dat we hier én een voorgerecht én een hoofdgerecht dienen te bestellen (de kaart wekt die suggestie) antwoordt hij nog steeds met een strak gezicht "zoals de klant dat wenst". Op Dorine d'r uitroep dat we hier dan kennelijk in de hemel zijn terechtgekomen, kost het hem al de nodige moeite om zijn gezicht in de plooi te houden, maar als ik ook nog vraag of hij wellicht Sint Petrus is, lukt het hem niet meer en verlaat hij proestend onze tafel.
We bestellen uiteindelijk een drie-gangen-menu en ik moet bekennen dat het eten hier van superieure kwaliteit is. Alleen de gerookte forel die Dorine besteld heeft, ligt haar wel met gerookte ogen aan te staren. Niet mijn voorkeur. Ik zou dan toch liever een forel-filet eten, maar ja, ze staan hier in alles heel dicht bij de natuur.
Op de terugweg naar de camping rijden we langs een soort stadionnetje. Voetbalclub, schiet me door het hoofd. Maar dat is toch wat vreemd omdat ik me nauwelijks kan voorstellen dat ze in dit gehucht 11 mannen in de leeftijdscategorie van 20 tot 35 jaar op de been kunnen brengen.
Dus toch even onze neuzen er in steken. Op het voetbalveld blijken allemaal stieren te lopen. Handig. denk ik nog. Een goedkope manier om het gras kort te houden.
Mis. Er is helemaal geen gras. Het blijkt een stierenvechtersarena-tje te zijn. Dorine informeert of er nog toernooien plaats vinden. Jawel, hoor, nog één in september. Maar meer niet want de organisatie is heel duur. De toreador moet betaald, het medische team, de slager, etcetera. De slager?? Ja, want de overwonnen stieren worden geslacht en het vlees wordt uitgedeeld aan de armen. Hmm tja nou ja eh .....
Kortom, verkwikkende rust en allerlei gelegenheid om weer helemaal tot ons zelf te komen en mooie wandelingen te maken. Zelfs de laatste restjes Hollandse stress verdwijnen hier als sneeuw voor de zon.
En waar we hierna heen gaan? Ik weet het niet. Dorine heeft alweer een nieuwe camping opgeduikeld. Wat zuidelijker, ergens aan de grens met Portugal. We gaan het zien.























Liefs Elise
Piet (mede namens Baukje)
Zo te lezen weinig te beleven en toch weer interessant .