Granada en Memory Lane
11 oktober 2024 - Granada, Spanje
De volgende stad die we bezoeken. is Granada. Een stad met ongeveer 250.000 inwoners.
Sfeervol en gezellig.
Natuurlijk vooral bekend vanwege het Alambra.
Die hebben we overigens niet meer bezocht. Ik ben er al een aantal keren geweest, en Dorine mocht er toen ze hier woonde, elke zondag gratis naar binnen. Kadootje van het stadsbestuur aan alle inwoners van de stad.
Voor Dorine dus een trip to Memory Lane. Want ze heeft hier in 2018 gedurende een half jaar een Master gedaan in Spaanse Cultuurgeschiedenis. En dat betekent dat er voor ons veel plekken te bezoeken zijn die in haar leventje hier een rol hebben gespeeld. We hebben er vijf dagen voor uitgetrokken. En haar toenmalige leven hier loopt er als een rode draad doorheen.
Voor deze gelegenheid vonden we een luxe hotel
op loopafstand van het historische centruw. Wel passend, zodat we alles te voet kunnen bereiken.
Het eerste waarnaar we op zoek gaan. is het appartement waar Dorine heeft gewoond. En daar is een kleine hobbel bij te nemen, want in de Calle Molinos weet ze het nummer niet meer. Ze herinnert zich nog wel dat het een even nummer in de 50 was. Dus dat moet te vinden zijn, want er zijn dus maar 5 opties.
Nou, dat valt nog behoorlijk tegen. De voorgevels zijn verbouwd of er zitten andere voordeuren in. En wij twijfelen. Nr 54 lijkt er nog het meeste op, maar de onzekerheid blijft.
Misschien weet de Marokkaan van het ontbijttentje aan de overkant het nog. Maar helaas, die blijkt er net de afgelopen zomer de brui aan te hebben gegeven. Hij is terug gegaan naar Marokko.
Goede raad is duur. We willen het toch echt weten om er een foto van te kunnen maken. Wellicht weet de makelaar het nog bij wie Dorine het heeft gehuurd. Maar ja, hoe heette die makelaardij ook al weer? Het pleintje waar die was gevestigd kunnen we allebei uittekenen, maar zelfs de naam van dat stukje straat krijgen we niet uit onze herinneringen geperst. En als we de lijst van makelaars in de buurt doorploegen, gaat er geen enkel belletje rinkelen. Dus is ook dit een doodlopend spoor.
Voor vandaag geven we het op. We balen ervan dat onze Sherloc Holmes-activiteiten geen gewenst resultaat hebben opgeleverd. Maar de volgende dag krijgt Dorine een briljant idee. Als we nou eens naar diezelfde plaats lopen zonder op de nummers te letten en eens kijken waar mijn gevoel mij dan heen stuurt? Nou, de moeite van het proberen waard natuurlijk. En warempel, het werkt! Als vanzelfsprekend loopt ze - bijna met de ogen dicht - naar de juiste plek. Eureka! Maar het blijkt wel nummer 48 .....
Het volgende doel is de universiteit waar ze gestudeerd heeft.
De weg er naar toe voelt natuurlijk enorm vertrouwd, want die heeft ze meer dan 100 keer gelopen. Onze lol is natuurlijk om te kijken of ze iemand tegenkomt die ze nog kent. Want ze moet hier toch iets van een footprint hebben achtergelaten.
Ai, ook dat valt zwaar tegen. We lopen alle klaslokalen langs en bekijken alle docenten die er les geven. Maar nee, geen enkel gezicht lijkt bekend. Iemand van de administratie dan? Ook al niet. Ik stel Dorine voor dat ze gaat vragen of haar favoriete professor (Juan) hier nog les geeft. Helaas, gestopt. Tja, wat moeten we dan nog? Ik heb zo'n gevoel van "dit kan en mag niet waar zijn, geen enkele bekende". Maar we vertrekken toch onverrichterzake.
Maar ook nu is het karma ons positief gezind. Als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mohammed. In de uitgang wordt Dorine aangehouden door een vrouw, die vraagt of zij die Hollandse is die hier een tijd geleden gestudeerd heeft. Het is Cristina, een docente. Weliswaar heeft ze Dorine zelf nooit les gegeven, maar bij de docenten onder elkaar is ze kennelijk met enige regelmaat onderwerp van gesprek geweest. Want zij kwam nog met een paar anecdotes over Dorine uit die tijd voor de dag. Ja, footprint, hè?
Bovendien is Cristina ook nog goed bevriend met Professor Juan, en weet ze te vertellen dat hij nog altijd de directeur is van het Instituto de Estudios Arabes. Dorine is daar wel eens geweest. En we besluiten ter plekke om daar dan ook maar onmiddellijk heen te gaan. Onderweg komen we dan nog wel langs bij de Mirador de Nicolas, waar je de prachtigste plaatjes van het Alambra kunt schieten. Doe ik dus ook een poging toe. Maar wel met één hand in mijn broekzak ter bewaking van mijn geld, omdat hier vaak zakkenrollers actief zijn.
De Cosmos kan ons niet altijd goed gezind zijn:
Juan blijkt net aan een oog geopereerd en zich daarom nog thuis te bevinden. Het contact met hem beperkt zich dus tot een kattenbelletje waarin hem van harte beterschap wordt gewenst.
De volgende focus wordt gelegd op de twee kroegen waar Dorine indertijd het meest heeft rondgehangen in haar pogingen om wat sociale contacten op te bouwen.
De eerste - luisterend naar de naam Jam, afkorting van Jamon oftewel Ham, vanwege de hamgerechten die hier geserveerd werden - blijkt in de Covidtijd ter ziele te zijn gegaan. Te weinig ham-eters op bezoek gehad in die periode. Nu is het een visrestaurant van een keten. Weinig eigenheid meer.
De tweede - El Rosario - heeft het wel gered en bestaat nog steeds. Natuurlijk wel met volkomen nieuw personeel. En de sfeer is ook wat verzakelijkt. Nu zijn de meubeltjes allemaal keurig recht. Toen was er ook een hoek met versleten sofa's waar je heerlijk onderuitgezakt wat lagerbijdegrondser de wereld kon aanschouwen. En de benadering van het personeel is ook anders geworden. Meer zakelijk. Minder empathie.
Okay, dan maar eens poolshoogte nemen bij Dorine d'r favoriete ontbijtplek. Die is er nog wel, maar heet niet meer Filigrana zoals vroeger, maar Bongo. En bovendien kun je er niet meer ontbijten.
Tja, zo'n stad is natuurlijk een dynamisch gebeuren. Genotypisch verandert er niet veel, maar Fenotypisch van alles.
En dan hebben we nog het glaspaleis waar ze meestal ging lunchen. Dat luistert naar de schone naam Las Titas.
Ik vraag aan Dorine of hier vroeger veel Nederlandse studenten zijn geweest, en dat ze daarom deze plek een naam hebben gegeven die in het Hollands gemakkelijk te onthouden is. Maar in al haar onschuld meldt zij mij dat dat niet het geval is. Waarop ik in al míǰn onschuld vraag wat Las Titas dan betekent in het Spaans. Met die twee a's in de naam moet dat toch iets vrouwelijks zijn. Nu is Dorine d'r nieuwsgierigheid ook gewekt, en kordaat als ze is, wordt het meteen opgezocht op Google Translate.
Het antwoord ligt voor de hand. Las Titas betekent eh ... even kijken ... ja, De Tita's. Nou, lekker dan. Dat helpt echt. Toch iets van TiTaTovenaar misschien? Het is iets vrouwelijks, maar verder kom ik niet.
Het mysterie wordt nog groter als ik om de hoek een bar ontdek met de naam Los Titos.
Dus puur mannelijk. Ook dat wordt opgezocht. Ja hoor, De Tito's. Ik geef het op.
In het glaspaleis ontdek ik een foto die mijn religieuze gevoelens weer helemaal op zijn kop zet. Of, nou ja, het lijkt bijna een foto, maar het is een teruggevonden fijnzinnig houtskoolkunstwerk. Via radiokoolstofdatering is vast komen te staan dat deze plaat dateert uit precies 33 jaar na Christus. En het geeft exact een scène weer die zich op of onder de Calvarieberg heeft afgespeeld. Op de Kruisweg waarschijnlijk. De naam zegt het al.
Kijk, ik heb altijd geleerd gekregen dat Christus uit pure vermoeidheid drie keer onder zijn loodzware kruis is gevallen tot Simon van Cyrene besloot hem een handje te helpen en dat kruis van hem overnam. Maar wat zien we op dit kunstwerk? Christus ligt helemaal niet van vermoeidheid onder zijn kruis. Natuurlijk was hij wel moe - behalve God was hij ook nog gewoon maar een mens - maar hij is even uit zijn rol gestapt en is gewoon op de rand van de stoep gaan zitten uitrusten. Van mij mag hij, hoor. En na een tijdje kan je dan weer opgewekt verder.
Trouwens, als je goed kijkt, zie je dat dat kruis eigenlijk helemaal niks voorstelt. Als je daar iemand aan ophangt. dan houden die latjes dat nooit. Dan kun je er beter een vlieger van maken. Nee zeg, dan breekt zo'n kruis en val je met een rotklap op de grond. En dáár kun je natuurlijk wél van overlijden. Maar er drie uur aan hangen en dan zeggen dat het volbracht is ...... ik weet het niet. hoor. Dat voelt eerder als een script van een goedkope B-film.
Uiteraard wil ik tijdens ons verblijf hier ook nog even naar de Plaza de la Romanilla. Want dat is het plein waarop ik mijn eerste Tinto de Verano heb gedronken.
Ja, daar houd ik romantische gevoelens aan over. En als de eerste zo lekker smaakt dat je nog een tweede bestelt, dan ziet die toch al mooie vrouw aan mijn zijde er ook steeds romantischer uit. Alleen is het jammer dat al die romantiek ernstig verstoord wordt door een bende aan vuilniscontainers die daar tegenwoordig zijn opgesteld. Ja, ik begrijp wel dat die dingen ook ergens neergezet moeten worden, maar uitgerekend op de plek waar ik eh, nou ja, eh ...
Maar goed, er zijn natuurlijk meer pleinen en straatjes waar het goed is om te verblijven.
Tot mijn verbazing ontdekken we vlak achter de Plaza de la Romanilla het pleintje met het makelaarskantoor. Maar ja, te laat. We hebben het nu niet meer nodig.
En waar je in de Arabische winkeltjes niet uitgekeken raakt.
En waar je - ook op de markt - heerlijke visgerechtjes
en tapa's als Patatas Bravas (dappere aardappels, eigenlijk gebakken aardappels met een gepeperd sausje) kunt eten.
Granada is natuurlijk ook de stad waar de Flamengo zeer popular is. Overal wordt geprobeerd je te verleiden om een show te bezoeken. Dat hebben we dit keer toch maar niet gedaan.
Granada heeft zich deze dagen weer leren kennen als een stad waar het fijn is om te verblijven en waar ook veel moois te zien is.
Zelfs de bomen schreeuwen het hier uit van opperste verbazing.
Zoals op een locaal bord al te lezen staat:
"Er is niets ergers dan de straf om als blinde in Granada te zijnn."
























































Maar ik snap wel dat jullie nog een keer naar Granada wilden.