Merida en Badajoz
20 september 2024 - Évora, Portugal
Voordat we Spanje tijdelijk gaan verruilen voor Portugal, willen we nog twee steden bezoeken. Beide omdat ze iets speciaals te bieden hebben dat met de oude Romeinen te maken heeft.
In Merida is sprake van een amfitheater en in Badajoz van een vesting die nog helemaal intact zou zijn. Dat willen we natuurlijk allemaal zien.
Okay, allereerst Merida. Zoals alle steden in Extremadura wel gezellig in het centrum. Daarbuiten een beetje onverzorgd. De Romeinse overblijfselen zijn uitbundig aanwezig. Ook als je gewoon door het stadje loopt, dringen ze zich aan alle kanten aan je op. In de hoogtijdagen schijnen hier 50.000 Romeinen gewoond te hebben.
Maar ja, we komen natuurlijk speciaal voor het amfitheater. Die ligt net even buiten het centrum. Op weg daar na toe worden we toch nog weer verrast door een Romeins kunstwerk, de Tempel van Diana. De Godin van de Liefde. Daar moet ik vanzelfsprekend toch even aandacht aan schenken. Prachtig!
Maar dan het amfitheater. Een wonder dat het nog zo intact is.
En er is uitstekende uitleg bij, die maakt dat je je heel levendig kan voorstellen hoe het hier vroeger aan toe moet zijn gegaan. Als je door een van de poorten de arena binnenkomt, hoor je bij wijze van spreken het gejoel en gejuich van het duizendkoppige publiek en waan je jezelf even de gladiator. Rico Verhoeven en Muhammed Ali zijn vast 2000 jaar te laat geboren!
Er waren hier vroeger vier types van vechters. De belangrijkste was de Murmillo.
Hij had het meeste aanzien, want hij was degene die een slachtoffer met zijn lange zwaard de genadestoot gaf. In de eerste eeuw n.C. verbood Keizer Augustinus nog dat er in de arena dodelijke slachtoffers vielen, maar in de drie eeuwen na hem was die regel afgeschaft en kon de Murmillo dus zijn werk doen.
De drie andere types stonden laag in de pikorde, ook maatschappelijk, want die zaten onder het bloed, en hadden veel wonden en lidtekens. Daar wilde men niet veel mee te maken heben. Zij waren met name herkenbaar door de verschillende wapens die zij gebruikten. Die heetten de Thracio, die vocht met een stevige gebogen dolk,
de Secutor die als wapen een speer had,
en de Retiarius. Die had een net bij zich die hij over zijn tegenstander probeerde te gooien, om hem daarna neer te kunnen steken.
De vechters werden gerecruteerd uit oorlogsgevangenen, misdadigers en slaven. Maar er waren ook personen die er vrijwillig voor kozen om gladiator te zijn en zo in hun levensonderhoud te voorzien. Oud werden ze meestal niet. Bij hun sterven waren ze gemiddeld 27 jaar oud.
Ik heb altijd gedacht dat er met name ook gevochten werd tegen beesten. Maar daarover heb ik bij deze arena geen woord en ook geen plaatje kunnen vinden.
Goed, dat was Merida. En nu op naar Badajoz, de regiohoofdstad. Ietwat mondainer dan Merida.
Ook hier de inmiddels bekende overblijfselen van de Romeinse tijd.
Tot mijn grote vreugde serveren ze hier op het terras mijn lievelingsdrank in zomers Spanje: Tinto de Verano. Het is een mix van rode wijn, bitter lemon en project. In wisselende hoeveelheden, afgestemd op de persoonlijke smaak. Fris en fruitig. En goddelijk als je dorst hebt, want je krijgt ook nog eens een hele bel. Maar kijk uit: Eén is genoeg!
De gang is hier naar de vesting waar het historische centrum mee ommuurd is. Nog helemaal intact.
Als ik hier over de muren loop, krijg ik - omdat alles er nog zo perfect bij ligt - ook hier net zoals in Merida, het gevoel dat ik terug ben in de vroegere tijd. In dit geval in de Middeleeuwen. Dan ben ik een soldaat die vanuit de hoogte van de verdedigingsmuur de vijand zie naderen en zie ik de belegering al voor me.
Dus is deze vesting absoluut een Must See, en een bezoek meer dan waard. Ook hier zijn er weer interessante verhalen. Bijvoorbeeld: Zelfs als de vijand er in zou slagen om op de muur te komen, dan moet hij vervolgens door een paar nauwe gangetjes om binnen naar beneden te komen naar het hart van de vesting. En die zijn met hoeken in de gangen zo geconstrueerd dat er maar één of max twee aanvallers er tegelijk doorheen kunnen. Dus als de verdediging er in slaagt om de eerste twee vijanden te doden, dan is de zaak verstopt, en kunnen de rest van de aanvallers er niet meer doorheen.
Als je dit soort verhalen hoort, dan moet je wel een sterke maag hebben. Bloed, zweet en tranen ...... maar dan op een iets andere basis als waarover André Hazes (voor de jeugd H6) zong. Tja, andere tijden, andere normen en waarden. En onze huidige cultuur heeft ook maar een onbeduidend schilletje. Maar toch blijven de verhalen boeien.
Okay, dat was Spanje. Daar komen we weer in terug. Maar eerst op naar Portugal.









































Enne, je schrijft leuk hoor, en informatief.
Veel plezier!
Groet van Monique
Groetjes