Je gelooft je oren niet.

16 januari 2017 - Pipa, Brazilië

Al een hele tijd  -  eigenlijk sinds ik in Trindade de zee in ben gedoken  -  heb ik last van een verstopt oor. Beetje lastig. Zelf kan ik daar nog wel mee leven. Maar af en toe zie ik het vertwijfelde gezicht van Dorine als ik haar voor de zoveelste keer weer eens moet melden dat ik haar verhaal niet heb verstaan. Dan zie ik haar tot tien tellen voordat ze manmoedig en zonder mij er op aan te spreken weer opnieuw begint met haar story. 

Ook blijk ik door die verstopping mijn eigen volumeknop niet meer goed in te kunnen schatten. Dus vertel ik iets, en dan blijkt niemand in de gaten te hebben dat ik wat gezegd heb. Ik heb me zelden zo onopvallend gevoeld. Niet helemaal mijn stijl.

Nou ben ik er de persoon niet naar om anderen met mijn medische problemen lastig te vallen. Ik denk niet dat mijn omgeving dat erg zouden waarderen, om het maar eens mild te zeggen. Dus zou ik helemaal niet over mijn oor begonnen zijn, ware het niet dat het aanleiding geeft tot allerlei hilarische situaties. En die wil ik graag delen met de volgers van deze reislogger.

Om te beginnen zou ieder weldenkend mens zeggen: Laat het even uitspuiten. Dacht ik in het begin ook. Maar als ik in Rio dit alternatief bespreek met de moeder van Dhyana  -  Susanna  -  raadt deze dit plan volstrekt af: “Je moet ervoor naar een ziekenhuis. Want zoiets als huisartsen kennen we hier niet. In het ziekenhuis kom je in een molen. En dan weet je een paar dingen zeker: 1) Je bent absoluut een hele dag kwijt. 2) Het kost je een vermogen. 3) Je hebt geen garantie dat je op het eind van de dag je van je klacht af bent.”

Nou, dat klinkt nogal deprimerend. En ik besluit ter plekke om hier in Rio mijn probleem niet op te lossen. Wat wel? Ook daarvoor heeft Susanna een alternatief. “Probeer het in een klein plaatsje. Minder systeem. Meer kleinschalige menselijkheid.” Okay, okay. Dus voorlopig niet. Ik hen geen zin in een confrontatie met de Braziliaanse bureaucratie.

En ik had me al bijna verzoend met het idee dat ik het probleem wel tot aan Nederland zou uitzitten. Maar dan komen we hier in het kleine, uitermate gezellige strandplaatsje Pipa  -  waar we inmiddels zijn aanbeland, en waarover meer in de volgende posting  - door de hoofdstraat wandelend een “Medische Basispost” tegen.

29.Gezondheidscentrum.pipa

Nou, dat ziet er zeker wel kleinschalig uit. En menselijke maat. Geen groot systematisch gebeuren. Dus dat is wel een poging waard, dunkt me. Daar heb ik wel oren naar. Kan ik eindelijk de klok weer eens horen luiden.

Dus gaan we de volgende morgen al vroeg na het ontbijt naar de medische post. Het lijkt niet druk. Bij de ingang zitten twee jongens wat te miezemausen. Dat is alles. Doch dat blijkt schone schijn. Als we binnenkomen zitten er al 18 mensen in de wachtkamer. Zou het me dan toch ook hier een dag gaan kosten?

We melden ons bij de receptie. Er zit een klein luikje in de muur met daarin het woord recepçao.

29.Recepçao.pipa

Zal het wel zijn. Maar niemand gebruikt het luik. Want daarnaast staat een grote deur open. Communiceert wel zo gemakkelijk. 

Achter de open deur zit een gemoedelijke, wat gezette jongen die alles op zijn elf en dertigst afhandelt. Zal vast Joao van de Recepçao zijn. Ook hebben we tegelijk zicht op de Braziliaanse variant van het elektronische patiëntendossier.

29.Patientendossier. Pipa

Een hangmappensysteem. Maar wel zwaar beveiligd vanwege de privacy. Want Joao zit er hoogstpersoonlijk vóór. Als hij er zit tenminste, want soms moet hij ook wel eens even weg van zijn plaats. En de koffiebekertjes liggen in de ijzeren kast. Daar moet dus wel eens iemand bij ........

Waarvoor ik kom? Nou eh ……. Ja, leg dat maar eens uit in het Portugees als je die taal niet machtig bent. In ieder geval pak ik mijn oor vast en schud ik met mijn wijsvinger in mijn oorschelp. Ach, je probeert eens wat. De recepçaonist lijkt het te begrijpen, want hij stelt geen verdere vragen. 

Wel wil hij weten hoe ik heet en hoe oud ik ben. En wat voor geslacht ik heb. Tja, protocol, hè? Dat noteert hij ijverig op een intakeformulier. Het voelt alsof ik de grens over moet. Douaniers stellen dezelfde soort vragen.

Vervolgens word ik meteen doorgeleid. “En die andere 18 dan?”, gaat het door mijn hoofd. Zou ik hier als Europeaan plotseling voorrang krijgen? Of heeft mijn respectabele leeftijd enige indruk gemaakt? Wie het weet, mag het zeggen. Maar niemand protesteert, dus zal het wel goed zijn. 

Ik word door Joao doorgeleid naar een soort verpleegster. Die moet mijn bloeddruk opmeten. ???????  Mijn bloeddruk? Ik wil alleen maar mijn oren uit laten spuiten. Tja, maar je wilt toch zo meteen de dokter spreken? Dan moet eerst de bloeddruk worden gemeten. Vast protocol. Wij bulderen van het lachen. Maar zelfs dat helpt niet. 

Nou, vooruit. Dan weet ik meteen hoe dat er bij staat. En dat meten van de bloeddruk gaat niet digitaal. Zo ver zijn ze hier nog niet. Dus krijg je zo’n plastic opblaasklem om je arm en gaat ze met een stethoscoop luisteren hoe goed het bloed stroomt. De boven- en onderdruk worden netjes op het formulier genoteerd en ik mag weer even terug naar de wachtkamer. 

Als we daar rustig zitten te wachten, komt er een vrouw binnen. Jaar of 50, kennelijk ook Europeaans. Zij spreekt geen woord Portugees, en  begrijpt er bovendien ook geen snars van. Geen enkel taalgevoel. Ze zal dus ook geen Frans, Spaans of Italiaans in haar pakket hebben gehad. Want dan zou je nog wel een woordje kunnen opvangen. En onze vriend Joao spreekt niets anders dan Portugees. En geeft verder ook niet het idee dat hij bewust is van het feit dat er andere talen op de wereld bestaan. Alle ingrediënten voor een vermakelijke kortsluiting.

Zij heeft kennelijk ergens opgevangen dat er hier Gele Koorts heerst. En wil weten of dat klopt. Maar Joao van de Recepçao begrijpt haar vraag niet zo goed. Het enige dat hij kan volgen, zijn de woorden Gele en Koorts. De rest vult hij zelf in. En denkt dus dat ze een Gele Koorts-injectie wil komen halen. Nou dat kan natuurlijk.

Nadat eerst het intakeformulier moet worden ingevuld  -  met stijgende verbazing bij de Europeaanse  -  stelt Joao vervolgens voor om haar bloeddruk op te gaan meten. Onze Europeaanse heeft het niet meer. De stoom komt uit haar oren, en briesend verlaat ze het pand, Joao in opperste vertwijfeling achterlatend. Hij volgt alleen maar het protocol …….

Even later mogen we door naar de dokter. Wat de reden is van mijn komst? Ook hij spreekt enkel en alleen maar Portugees. En ik heb geen zin meer om weer in die taal te gaan stuntelen met alle risico’s van verkeerd begrepen te worden van dien. Dus vraag ik pen en papier, teken een grote oorschelp met een behoorlijke gehoorgang, en daarin een balletje dat de gang afsluit. En Dorine legt uit over een waterspuit waarmee alles kan worden opgelost. Aaaah, hij begrijpt het.  

Om te beginnen krijgen we een cursus in hoe dit in het Portugees allemaal heet. Dan weten we dat maar vast voor de volgende keer. Tja, dat gaat bij ons het ene oor in en het andere weer uit. Daar komen we niet voor. We zijn hier nou eenmaal niet bij de nonnen in Vught.

En vervolgens wil hij toch wél even zelf in mijn oor kijken. Want, zo zegt hij, soms komt er een ontsteking bij. Of zit er een gat in het trommelvlies. Je weet het maar niet, hè? Nou, ik weet wel zeker dat mijn oor op geen enkele manier ontstoken is. En er zit ook geen gat in. Mijn oren zijn al vaak genoeg onderzocht en ik ken hun status inmiddels. Maakt niets uit, de dokter kijkt zelf.

Althans, dat is de bedoeling. Maar zo simpel is dat hier ook weer niet. Want daar heb je een kijkinstrumentje voor nodig. Die heeft hij nog. Maar die doet het niet. Er hoort een lampje in te kunnen branden. Anders blijft zo’n gehoorgang toch maar een duister gebeuren. Maar hoe hij het sluitdekseltje ook op en af schroeft, het lampje gaat maar niet werken. 

“Batterij leeg wellicht?” suggereren wij. Ja, goed idee. Dat zou het kunnen zijn. Hij gaat in zijn medische kast ijverig op zoek naar batterijtjes. Helaas. Die krijgt hij niet gevonden. Of wij even een ogenblik geduld hebben, want dan gaat hij even in de receptie kijken. Tja, dat hebben wij natuurlijk wel, maar of er in de recepçao batterijen te vinden zijn, wagen wij op de voorhand te betwijfelen. 

Even later komt hij terug. Zonder batterijtjes natuurlijk. Maar geen nood, daar heeft hij het volgende op bedacht: Hij is natuurlijk niet voor niets in het bezit van een mobiel. En daar zit toch een zaklampfunctie op? Nou dan? En zo staat hij even later met zijn mobiel in mijn oor te schijnen. En probeert hij in de gehoorgang te kijken.

Dat gaat natuurlijk helemaal niet. Om het hoekje kijken is nog nooit iemand gelukt. Het hoekje óm gaan wél, maar daar hebben we het hier niet over. Dat zou te ver voeren. En met een verstopt oor kun je op deze manier al helemaal niet zien of er al dan niet een gaatje in het trommelvlies zit. Want dwars door de verstopping heen kijken heeft ook nog nooit iemand voor elkaar gekregen.

Nou, na dit zwaarwichtige onderzoek komt de dokter tot zijn slotconclusie. Hij gaat mijn oor niet uitspuiten. In de eerste plaats omdat hij niet vast heeft kunnen stellen of er wel of niet een gehoorbeschadiging is. Ten tweede omdat hij het uitspuiten van oren op zich al een weinig aanbevelenswaardige manier van doen vindt. En oh ja, ook nog  -  niet onbelangrijk  -  omdat hij geen waterspuit voorhanden heeft. Handig!

Eh enne, wat dan wel? Nou hij schrijft wel druppels voor. Een week lang gebruiken. Dan wordt alles in mijn oor wat zachter en kan het daarna wel gemakkelijker verwijderd worden. Door wie en hoe is even niet zijn zaak.

Nou, een week lang druppelen en dan nog niemand hebben die er verder iets aan doet? Denk het niet! Dan toch maar met één goed en één slecht oor naar Nederland terug. Bovendien heb ik sowieso meestal aan een half oor genoeg.

Dus vertrekken we onverrichterzake. Daar staat tegenover dat ook niemand mij gevraagd heeft om een rekening te betalen. En met alleen mijn naam en mijn geslacht op het intakeformulier zal het nog niet meevallen om mij opgespoord te krijgen.

Mocht je me dus snel na onze aankomst in Nederland spreken, praat dan vooral tegen mijn rechteroor. Dan heb je de beste kans dat ik je versta. 

Foto’s

7 Reacties

  1. Daphne Van Straaten:
    17 januari 2017
    Hilarisch! Gelukkig dat je voor je oor ging Zef..
  2. Hans Dunselman:
    17 januari 2017
    Doet enigszins denken aan Kafka.
  3. Jo&Conny:
    17 januari 2017
    Zef, lekker rustig zo, toch? Groet, Jo
  4. Petra:
    17 januari 2017
    Dagelijks paar druppels olijfolie in je oor druppelen. Afdekken met een watje. Prop wordt zacht en zal losraken. Deed men vroeger en het hielp!
    Succes!
  5. Nico:
    17 januari 2017
    Dag Zef, zeker één keer per jaar moet ik m'n oren uit laten spuiten maar dat gaat in Den Haag gelukkig toch wat 'gesmeerder' dan daar in Brazilië. Maar wel een erg leuk verhaal. Waren Margôt en ik helemaal vergeten jou en Dorine een gelukkig nieuwjaar te wensen. Bij deze dan alsnog: alles wat wenselijk is voor niet nieuwe jaar 2017. En alvast een behouden thuiskomst. Groeten, Nico
  6. Marja:
    19 januari 2017
    Pas op voor oorpijn in het vliegtuig zou ik zeggen.....watjes gebruiken Zef Ik ben op weg naar Lapland. Gr Marja
  7. Annie:
    9 februari 2017
    Wat kan jij leuk schrijven Zef, over een oor een heel lang verhaal.
    Heb wel zitten lachen.